i

Neergestorte vliegtuigen op en rond vliegveld Eindhoven, 1945

vertelde op 5 oktober 2018 om 14:36 uur

Het jaar 1945 begon enerverend voor het geallieerde vliegveld B.78, namelijk met een grootscheepse aanval door Duitse jachtvliegtuigen in het kader van ‘Unternehmen Bodenplatte’, een laatste poging van de Duitsers om het tij te keren. Het zou ook de laatste keer zijn dat er Duitse vliegtuigen op of in de buurt van het vliegveld neerstortten.

Tot begin april overkwam dat vervolgens alleen maar geallieerde toestellen. Een overzicht per maand over de laatste maanden van de oorlog:

Januari

De dag na de grote aanval, op 2 januari, gebeurde er een ongeluk op het vliegveld: om 08.45 uur kwamen twee Typhoons IB (RB209 en MP201) met elkaar in botsing. F/Lt John Douglas Stubbs DFC (29) raakte bij het opstijgen het vliegtuig van W/O S.G. Jones van 247 Squadron. Jones raakte daarbij gewond, Stubbs overleed echter ten gevolge van deze botsing. Hij ligt begraven op de Algemene Begraafplaats Woensel, graf KK 255.

Op 3 januari maakte om 16.00 uur een Mustang III van 122 Squadron een buiklanding op het vliegveld vanwege een motorstoring. De piloot zou het overleefd hebben.

Op 20 januari crashte in de buurt van het vliegveld (zijn thuisbasis) een Typhoon IB van 438 Squadron, gevlogen door F/Lt. E.J.D. McKay (RCAF). Het toestel was beschadigd door Flak en kampte met brandstoftekort. McKay overleefde het, net als F/O P.G. Macklem van hetzelfde squadron die de volgende dag, 21 januari, een noodlanding moest maken op het vliegveld.

Februari

Op 3 februari crashte ten noorden van Eindhoven een Avro Lancaster I bommenwerper van 153 Squadron (registratienummer PD378, call sign P4-L). Het toestel was neergeschoten door een Junkers Ju 88 en de bemanning was al boven Holland uit het vliegtuig gesprongen.

Die bemanning bestond uit piloot F/O D.B. Freeborn (RCAF); boordwerktuigkundige Sgt. D.A.R. Morley; navigator F/O W.A. Brodie (RCAF); bommenrichter F/Sgt. H.V. Constable (RCAF); radiotelegrafist F/Sgt. J.A. Eastman (RCAF); en de boordschutters Sgt. T.L. Stalley en Sgt. J.G. MacNamara (RCAF). Behalve de navigator hebben ze het allemaal overleefd. F/O Warren Argo Brodie ligt begraven in op het Canadese oorlogskerkhof in Groesbeek, graf XV.D.9.

Op 16 februari was even voor half twee een B-25 Mitchell II (FR145) van 320 Squadron opgestegen van het tijdelijke vliegveld B.58 bij Melsbroek (B). Bij Manderfeld (nu B) werd het toestel geraakt door Flak, waarbij waarnemer W/O Donald Philip Glyn Miller (24) gedood werd. Het toestel maakte een noodlanding op vliegveld Eindhoven.

De rest van de bemanning piloot P/O H. Moore, navigator F/Sgt. H. Perlmutter, radiotelegrafist F/Sgt. K.F. Marston en boordschutter P/O R.L. Jennings overleefden het. Miller ligt begraven op Woensel, graf RR 33. Om 18.20 uur diezelfde dag maakte piloot L.T. Gelly een crashlanding op het vliegveld met zijn Spitfire LF.IX (PT894) van 345 Squadron. De Spitfire kwam van vliegveld B.85, Schijndel.

Op 24 februari crashte bij de landing een Douglas Boston IIIA bommenwerper (serienummer BZ377, call sign RH-) van 88 Squadron.

Maart

Op 2 maart crashlandde de Canadese F/Lt. W.J. McCarthy met zijn Typhoon IB (MN380) van 440 Squadron op het vliegveld, zijn thuisbasis, nadat hij was geraakt door Flak. De piloot bleef ongedeerd.

Op 19 maart om 10.25 uur crashte een Mustang III (FB109) van 122 Squadron met motorproblemen. Hij was afkomstig van Andrews Field in Engeland. Nadere gegevens ontbreken.

Op 21 maart moest opnieuw een B-25 Mitchell II (registratienummer FW256, call sign VO-W), dit keer van 98 Squadron, maar ook afkomstig van Melsbroek (B.58), een buiklanding maken op het vliegveld. Het toestel was beschadigd geraakt door een Flakbeschieting boven Bocholt. Er vielen geen doden.

De volgende dag, 22 maart, moest opnieuw een (Amerikaanse) bommenwerper, dit keer een Martin B-26 Marauder, een noodlanding maken op het vliegveld. Het was opgestegen vanaf vliegveld B.72 (Cambray Epinoy), maar was boven het doel zwaar beschadigd geraakt door Duitse luchtafweer. Het toestel van 394BG/586BS werd gevlogen door Col. J.M. Silk. Bij de crashlanding raakte 1st Lt. E.J. Colwell die de radar bediende, gewond. Diezelfde middag om 16.35 uur crashte F/O A.W. Saunders met zijn Typhoon IB (PD451) van 439 Squadron op het vliegveld. De piloot kwam met de kleerscheuren vrij.

Op 24 maart gebeurde om 12.00 uur hetzelfde met de Typhoon IB (RB202) van 182 Squadron, opgestegen van B.86 (Helmond). De piloot F/Lt. H.G. Pattison bleef ongedeerd. Diezelfde dag ging het op de runway opnieuw mis: bij het opstijgen crashte F/O A.M. Scott met zijn Typhoon IB (MN777) van 440 Squadron.

De dag daarna, 25 maart, crashlandde Sgt. J. Hodgson met zijn Typhoon IB van 181 Squadron, afkomstig van B.86 (Helmond) op het vliegveld. Net als op 28 maart, toen om 11.00 uur een Typhoon IB van 182 Squadron, gevlogen door W/O A.H. Lethaby (ook afkomstig van B.86) neerkwam.

April

Op 1 april herhaalde de geschiedenis zich om 12.55 uur met een Spitfire XVI (TB864) van 341 Squadron, afkomstig van B.85 (Schijndel) en gevlogen door Sgt. G. Cristinacce. En op 4 april was het de beurt aan een Spitfire XIV van 130 Squadron, gevlogen door Sgt. R. Ashman. Op 10 april crashlandde een P-51D Mustang van 4FG/334FS op het vliegveld. Piloot was Lt. R.J. Miller, die was geraakt door mitrailleurvuur.

Het laatste vliegtuig dat tijdens de oorlog bij Eindhoven crashte was een De Havilland Mosquito VI (PZ463) van 464 Squadron, gevlogen door F/Lt. W.R. McClelland. Het kwam neer om 18.35 uur op 17 april 1945.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: