i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Jaar: 1825
Tags:

Twee tolhuizen in Etten-Leur

vertelde op 14 maart 2018 om 19:21 uur

Aan de zijtak van de grote weg der eerste klasse nummer 3, het gedeelte van Breda naar Tholen, stonden vroeger acht tolhuizen. Twee daarvan stonden in de gemeente Etten-Leur. Tol voor de rijkswegen werd geheven om de aanleg- en onderhoudskosten terug te verdienen. Er werd een variabel tarief toegepast afhankelijk van het soort vervoermiddel.

Bij Koninklijk Besluit van 12 februari 1825 nr. 80 werd de plaats van de tolhuizen exact vastgesteld. De nummering begon aan de kant van Breda. De plaats van het eerste tolhuis werd als volgt beschreven: “Aan het einde van het Liesbosch bij de herberg Het Jagertje, zijnde ongeveer 5362 ellen van de voorgaande, staande op de weg der eerste klasse nummer 3 buiten Breda en 4011 ellen uit het midden van Etten”. Dit was aan de zuidzijde van Rijksweg 58 tussen de Shellpomp en de Moerdijkse Postbaan. 
De tolhuizen konden gepacht worden. Zo moest in 1858 voor dit tolhuis 380 gulden betaald worden. Met het innen van tol kon de tolgaarder de kost niet verdienen en hij had er dan ook meestal een ander baantje bij. Vaak was in of nabij een tolhuis een herberg gevestigd.

Zo was in ‘Tolhuis Eén’ de herberg De Bareel gehuisvest. Deze herbergen kregen vaak de naam Bareel of Oude Bareel, naar de hefboom voor het tolhuis. De Bareel heeft tot 1903 dienst gedaan als café en ging tot aan de verbreding van de Rijksweg omstreeks 1966 als woning door het leven.

De plaats van het ‘Tolhuis Twee’ werd als volgt beschreven: “tegenover de houten duiker, gelegen op 100 ellen van de bestaande bestrating ten westen van Etten, zijnde ongeveer 4511 ellen van de voorgaande”. Tolhuis 1 stond 4511 ellen van Tolhuis 2 en 4011 ellen van uit het midden van Etten. Tolhuis 2 stond derhalve 500 ellen (= 500 meter) uit het midden van Etten. Op het detail-kadastraalkaartje uit 1840 staat het tolhuis bij de stenen heul nr. 15 ten westen van de traverse door Etten. 

Het stond dus op de Roosendaalseweg waar nu de Tolhuislaan begint. Het laatst bekende adres van dit tolhuis was Roosendaalseweg 80. Gedurende de tijd dat het een tolhuis was, was ook hier een herberg gevestigd onder de naam Huize De Bareel. In 1858 moest voor dit tolhuis 440 gulden pacht worden betaald.

Met de invoering van de wegenbelasting in 1926 werd de tolheffing afgeschaft en werd ook dit tolhuis een woning. Het stond in de volksmond bekend als het huis van de steenfabriek en werd bewoond door ‘Baaske Vermeulen’ (de vader van Tiest Vermeulen). Achter de woning stond namelijk de steenfabriek. In 1965 werd de woning en de steenfabriek gesloopt voor de verbreding van Rijksweg 58. Sensationeel was het opblazen van de schoorsteen van de fabriek met dynamiet.

Bronnen:
Tijdschrift Brabants Heem, Jaargang 25 (XXV) bladzijde 83/84, auteur M.A. van der Wijst.
C. Besters e.a., Een Aalscholver boven Zwermlaken, De Straatnamen van Etten-Leur, Heemkundekring Jan uten Houte, Etten-Leur, 1997.
Foto’s ‘Tolhuis 1’ Breda's Archief, ‘Tolhuis 2’ West-Brabants Archief en detail kadastraal kaartje Rijkswaterstaat (BHIC)

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 18 december 2009 om 08:52 uur

Joske

vertelde op 13 februari 2009 om 11:43 uur

Draaiboompje

vertelde op 20 maart 2017 om 14:00 uur

Eén cent voor één varken tussen Oss en Heesch