skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg

Visserij in Noord-Brabant

Een voor de hand liggende manier om een inkomen uit het water te verdienen, is het vangen en verkopen van de vis die er zoal rondzwemt. Ook in Brabant gebeurde dat. Je kunt onderscheid maken tussen het vissen op trekvis in de grote buitenwateren (Amer, Biesbosch, Maas, Merwede en Oosterschelde) en de echte zoetwatervis op de talloze beekjes en riviertjes die de provincie rijk is.

Vissers op trekvis, zoals zalm, houting, steur, elft en fint, konden daarvan nog wel zelfstandig bestaan, maar de binnenvissers hadden meestal andere banen nodig om aan een volwaardig bestaan te komen. Voor beide categorieën vissers gold in ieder geval, dat ze er niet bepaald rijk van werden. Rond 1850 behoorde bijna de helft van de beroepsvissers tot de minvermogenden die extra maatschappelijke ondersteuning nodig hadden om rond te komen.

In de negentiende eeuw hadden plaatsen als Moerdijk, Drimmelen, Lage Zwaluwe, Geertruidenberg en Woudrichem een eigen visafslag voor de lokale (kleine) vissersgemeenschappen die er daar waren. En ook in Bergen op Zoom, Breda, Den Bosch, Grave, Heusden, Tilburg, Werkendam en Willemstad waren er aan het begin van de negentiende eeuw nog visafslagen, al waren daar relatief maar heel weinig lokale vissers. Vanaf 1870 boden de grote visserijen hun zalm aan bij de afslag van Kralingseveer.

De meest gebruikte vangstmethode was de zegen. In het midden van de vorige eeuw zette de Nederlandse staat een tiental zeer grote zegenvisserijen op. De zegens werden hier met een stoomboot uitgezet en via een mechanisch aangedreven spil binnengehaald. In 1869 kwam de “Noordwal” langs de Nieuwe Merwede tot stand en in 1887 de “Zuidwal”.

De vissers probeerden met schaalvergroting en mechanisering hun bedrijf rendabeler te maken. Zo sloten in 1908 achttien mensen een maatschap, de Nieuwe Merwede, die een zalmzegenvisserij exploiteerde op de Spieringplaat bij Werkendam. De maatschap kende zijn hoogtepunt tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar moest uiteindelijk opgeven toen in de jaren ’20 de zalm definitief uitstierf.

Tussen 1910 en 1934 werd op de Merwede vanuit Werkendam en Woudrichem gevist met een zogenaamde galg. Dat was een soort vlot dat midden in de rivier een kunstmatige kade vormde, waartegen men de zegen kon inhalen. De galg werd door een sleepboot de rivier op getrokken.

Na 1900 kwam ook het gebruik van de ankerkuil op. De techniek werd al veel eerder toegepast en zelfs vanaf 1860 al aan banden gelegd, omdat met deze vangstmethode ook veel te jonge vis uit het water gehaald werd. Van april tot juni mocht er niet meer met de ankerkuil gevist worden. De bloeitijd van de Brabantse ankerkuilvisserij lag tussen 1918 en 1939, toen er met zo’n 200 schokkers (gebouwd op de werven van Moerdijk) op de grote rivieren gevist werd.

Uiteindelijk zijn alle vissoorten zo’n beetje uitgestorven als gevolg van overbevissing, watervervuiling, normalisatie van de rivieren (waardoor grindbanken als paaiplaatsen verloren gingen) en de afsluiting van de rivieren door stuwen, dammen en sluizen (waardoor de trekvis zijn bovenstroomse paaiplaatsen niet meer kon bereiken). Er zijn tegenwoordig in heel Brabant nog twaalf visserijen beroepsmatig actief:

 C.J. van Dort  Bergen op Zoom
 P.M. Scherpenisse  Halsteren
 M. de Visser   Klundert
 Koman’s Vishandel  Moerdijk
 A. Van Leest  Moerdijk
 D. Struik   Werkendam
 W.F. Wijnbelt  Sleeuwijk
 A.C. Viveen  Woudrichem
 J. Struik en zn  Woudrichem
 J. Viveen  Woudrichem
 H.M. Biesters  Hurwenen
 J.P. van der Zanden  Lith 

Reacties (7)

R.P.Reijnen zei op 1 november 2017
geachte heer Wols, Ik ben eigenaar van de botter genaamd de goede gunst . Gebouwd in Sliedrecht in 1909 eigenaar staaldraad fabriek Den Haan Gorkum. In 1916 in de riviervisserij gekomen met als eigenaar Marcus Vogel. zeer zwaar gebouwd schip van 17.60 lengte De vraag bent u in uw onderzoek wel eens wat over dit schip tegen gekomen.
Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 6 november 2017
Geachte heer Reijnen, dank voor uw reactie. En helaas moet ik zeggen dat we bij het vooronderzoek eigenlijk nauwelijks de betrokken schepen tegen zijn gekomen. Het ging natuurlijk ook vooral om de visserij zelf, maar van De Goede Gunst (een mooie naam, trouwens) heb ik geen gegevens.
Gerrit Jan Bosman zei op 12 mei 2018
Beste mensen,
ik bezit sinds kort een Brabantse boot. Lengte 4.60 en breed 1.67. Ik ben erg benieuwd naar de herkomst van dit scheepje.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 14 mei 2018
@Gerrit Jan; ik neem aan dat je al bij het kadaster geweest bent om informatie in te zamelen over je boot? https://www.kadaster.nl/schepen
Gerrit Jan Bosman zei op 15 mei 2018
Er zijn kadastrale gegevens op het scheepje aanwezig. Volgens deskundigen oa het ssrp gaat het bij mijn scheepje om een Brabantse boot. In een museum in Antwerpen ligt er 1
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 16 mei 2018
Het www.maritiemmuseum.nl kan je misschien wat meer informatie geven over de geschiedenis van de Brabantse boot.
Gerrit Jan Bosman zei op 16 mei 2018
Ga ik doen, bedankt voor je info

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!