i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Waterschappen

Waterschappen langs de Maas

vertelde op 22 juni 2011 om 15:27 uur

In 1288 verkoopt hertog Jan I van Brabant aan de inwoners van Lithoijen de gemeenschappelijke weidegronden. In de bijbehorende oorkonde neemt hij een bepaling op over de verplichting om bij te dragen in het onderhoud van dijken en waterlopen.

Het is het vroegste bewijs dat in Noordoost Brabant dan al een deel van de Maas is bedijkt.

Meer nog: omdat er sprake is van een soort omslagstelsel - wie meer grond in gebruik heeft, betaalt ook meer - en omdat ook de dorpen stroomop- en stroomafwaarts mede de lasten dragen, is hier al sprake van een soort waterschapsorganisatie.

Rond deze tijd was de linkeroever van de Maas ten westen van ’s-Hertogenbosch al grotendeels van dijken voorzien, dankzij de bemoeienissen van de graaf van Holland (Geertruidenberg en Heusden zijn dan nog Hollandse steden). Tussen 1230 en 1275 zijn daar niet alleen dijken aangelegd, maar heeft ook de bijbehorende waterschapsorganisatie vorm gekregen.

Rond 1300 worden de sporen van dijkaanleg ten oosten van Den Bosch talrijker. In 1308 en 1309 komt de Lithse Maasdijk in oorkonden voor, maar ook verder oostwaarts worden dijken genoemd. In 1307 ligt er ten noordoosten van Grave een dijk om het Maaswater te keren.

De bemoeienissen van de hertog met de waterstaatszorg zijn duidelijk: hij stimuleert, regelt, en zorgt ervoor dat bijvoorbeeld de afwatering binnen de dijken geregeld wordt: rond 1300 wordt de zogenaamde Hertogswetering aangelegd om een groot gebied tussen Herpen en Den Bosch goed te kunnen ontwateren.

In 1309 verleent hertog Jan II een statuut voor de Polder van der Eigen. Hierin regelt hij de verkiezing van heemraden, die kunnen beslissen over alles wat met het onderhoud van dijken, weteringen en sluizen te maken heeft. Zij krijgen de bevoegdheid tot “schouwen”, inspecteren, en het uitdelen van boetes bij nalatig onderhoud.

Dit model verspreidt zich stroomopwaarts langs de Maas: het Hoog Hemaal in 1325, Land van Ravenstein in 1331-1332, het Laag Hemaal in 1349. Bijzonder is ook dat tussen 1330 en 1360 duidelijk wordt, dat ondanks de aanwezigheid van lokale heren, zoals die van Megen, Ravenstein en Cuijk, het de hertog is die de zeggenschap heeft over de waterstaat langs de Maas. Zijn vertegenwoordiger, de Hoogschout van Den Bosch, oefent het schouwrecht over de Maasdijk uit, vanaf de Dieze tot aan Grave.

Na de 80-jarige oorlog wordt de regierol van de hertog van Brabant overgenomen door de Staten-Generaal, althans voor de Meierij. De kleine heerlijkheidjes ten oosten van Den Bosch bleven voortbestaan als soevereine staatjes. Aan het eind van de achttiende eeuw verkeren de vier Maaspolders, en zeker de dijken, in verwaarloosde staat. De oplossing is de oprichting van een overkoepelende waterschap, het hoogheemraadschap Maasland in 1825.

Dat is echter geen lang leven beschoren: in 1849 wordt het weer opgeheven. Gaandeweg de negentiende eeuw blijkt een ruimere regionale aanpak van de waterhuishouding noodzakelijk, al zal het nog tot 1921 duren, voordat Provinciale Staten het waterschap De Maaskant oprichten, met als belangrijkste opdracht het sluiten van de Beerse Overlaat. Maar dat is een ander verhaal.

Inmiddels is ook het waterschap De Maaskant (samen met het voormalige waterschap De Aa) opgegaan in het grotere geheel van waterschap Aa en Maas.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Deborah zei op 29 februari 2016 om 14:38 uur

Goed verhaal zeer nuttig

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 februari 2016 om 20:16 uur

Dank je Deborah; we geven het door aan Gerjan!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: