i

Dit verhaal gaat over:

Periode: 1950 - 1970
Tags:

Vuil water wegwerken (1950-1970)

vertelde op 10 augustus 2011 om 16:54 uur

Al rond 1900 raakte de Donge ernstig vervuild, voornamelijk door leerlooierijen in Gilze-Rijen en Dongen. Hoewel er in de jaren ’20 steeds vaker onderzoek werd gedaan naar de mate van de verontreiniging, leidden de duidelijke conclusies van de onderzoekers niet tot concrete maatregelen.

In 1948 was de maat echter vol. Het regende klachten over het zwarte, rottende en stinkende water van de Donge. Op initiatief van de waterschappen "De Donge" en "De Beneden-Donge" stelden Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant een commissie in om een bestuurlijke oplossing te vinden voor het afvalwatervraagstuk van de rivier de Donge.

Op advies van deze zogenaamde Donge-Commissie richtten Gedeputeerde Staten op 24 januari 1950 het waterschap "Zuiveringsschap De Donge" op. Binnen het gebied van de bestaande waterschappen kreeg dit de speciale taak de vervuiling van de rivier aan te pakken.

Maar ook het zuiveringsschap heeft niet veel concreets gerealiseerd, op de bouw van een waterzuiveringsinstallatie voor Gilze en Rijen (twintig jaar na de oprichting) na. In 1970 ging het zuiveringsschap De Donge op in het waterschap West-Brabant, dat in dat jaar was opgericht om de waterkwaliteit voor de hele regio te bewaken.

Want ook in de rest van West-Brabant had men met watervervuiling te maken. De suikerfabrieken in Roosendaal, Steenbergen, Zevenbergen, Stampersgat en Breda produceerden enorme hoeveelheden afvalwater, dat ze ongezuiverd loosden op de Vliet en de Mark. Want technische zuivering hiervan werd economisch onhaalbaar geacht.

De rivieren konden het vuile water dan wel afvoeren, maar door de aanleg van de Deltawerken kwam dat vervolgens niet meer in open zee terecht, maar in afgesloten meren zoals het Volkerak of de Oosterschelde. Met datzelfde probleem kampten de plannen, begin jaren ’60, om persleidingen aan te leggen die het afvalwater naar het Hollands Diep, de Amer en de Westerschelde moesten transporteren. Ook hier botste dat met de geplande afsluiting van een aantal zeegaten.

De Commissie Kortmann, in 1962 ingesteld om de problematiek te onderzoeken, kwam in 1964 met haar eindrapport en concludeerde dat het afvalwater van de suiker-, vlas- en leerindustrie maar het beste ongezuiverd via een persleiding kon worden geloosd op de Westerschelde. Ander afvalwater zou voorgezuiverd moeten worden.

Volgens de commissie was er veel voor te zeggen om de bouw en exploitatie van de persleidingen en zuiveringsinstallaties in handen van één organisatie te geven. Men adviseerde een fusie van de heemraadschappen Mark en Dintel en Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet, maar die voelden daar weinig voor. Uiteindelijk richtten GS in 1970 het waterschap West-Brabant op, met als taak “de bestrijding van de verontreiniging van oppervlaktewateren”. Het Zuiveringsschap De Donge ging op in dit nieuwe waterschap.

Op termijn was ook de samenvoeging voorzien met de beide heemraadschappen en het hoogheemraadschap Brabantse Bandijk. Maar allereerst ging de energie uit naar de realisatie van de AWP, een afvalwaterpersleiding van Moerdijk naar de Westerschelde, die in 1973 in gebruik genomen werd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 8 augustus 2011 om 14:38 uur

Waterschappen in West-Brabant