i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

Gennepenaar laat zijn paard stelen

vertelde op 9 juni 2017 om 11:27 uur

Het verhaal dat Johannes Broekman, een 28 jarige koetsier uit Gennep, de marechaussee op de mouw spelde, klonk heel aannemelijk. Broekman kwam op 25 april 1915 op het marechausseekantoor in Gennep aangifte doen van diefstal. Brigadier Cleutjens en marechaussee Beek luisterden aandachtig en maakten proces verbaal op.

BIJSCHRIFT: Boer met paard en wagen, schilderij van German Grobe (1857-1938).

Wat was er volgens Broekman gebeurd, een dag eerder? De koetsier had zaterdag middag 24 april met zijn paard en tilbury, een een-assig rijtuig, rond een uur of drie bij een boer in de gemeente Bergen wat stro gehaald. Daarna was hij aangegaan bij een andere boer, Reijntjes. Die woonde vlakbij de Duitse grens. Reijntjes had wat vette varkens te koop en Broekman ging de dieren eens van dichtbij bekijken. Zijn paard bond hij op de hoek, voor het huis van Reijntjes, vast. Nadat hij met de boer in het varkenskot de beesten had bekeken en weer naar buiten was gekomen, schrok hij zich een hoedje. De kar met stro stond er nog, maar zijn paard was verdwenen! Broekman liep de straat een eind op, richting grens, maar waar hij ook keek, nergens een glimp te zien van de 12-jarige bruine merrie of de paardendief.

Het land aan de andere kant van de grens was in oorlog en er was een levendige, maar illegale handel in van alles wat ze daar te kort kwamen. Dat wist Broekman ook wel. En hij snapte ook wel dat de politie zou vermoeden dat als hij zijn paard zo dicht bij de grens onbewaakt zou stallen, dat hij dan van medeplichtigheid aan smokkelarij kon worden beticht. Dus verklaarde hij stellig dat hij niemand toestemming had gegeven om zijn paard bij de woning van Reijntjes weg te halen.

Een onbekende Duitser

Maar brigadier Cleutjens vertrouwde het niet. Hij sliep er een nachtje over en liet Broekman de volgende dag terugkomen om hem nog eens nader aan de tand te voelen. Cleutjens’ gevoel liet hem niet in de steek. Na wat aandringen gaf Broekman toe dat het die zaterdagmiddag toch allemaal iets anders was gelopen. Hij had, terwijl zijn paard en wagen voor de smederij van Cox in Hommersum stonden, vlak over de grens, zijn paard verkocht. Aan een hem onbekende Duitser die hem 800 mark had geboden. Het paard was echter eigendom van Broekmans vader dus hij had er niets over te zeggen. Het geld kon hij echter goed gebruiken. “Ik heb het paard verkocht om in dezen duren tijd wat geld te verdienen”, zei hij. Met de koper had hij afgesproken dat die het paard bij Reijntjes zou uitspannen, zodra Broekman met de boer in het varkenskot zou gaan.  

De koetsier moest zich op 15 juni 1915 verantwoorden bij de rechtbank in Den Bosch. Het openbaar ministerie eiste vier maanden celstraf voor medeplichtigheid bij smokkel. Broekman trok tijdens de zitting zijn verklaring in dat hij het paard doelbewust had laten wegnemen. Maar daar hadden de rechters geen boodschap aan. Ze veroordeelden de Gennepse koetsier overigens niet voor smokkelen. Wel voor het doen van aangifte van diefstal, wetende dat de diefstal niet was gepleegd. Daarvoor werd hem drie maanden celstraf opgelegd. Broekman ging nog in hoger beroep, maar het gerechtshof handhaafde de straf. Van 24 november 1915 tot 22 februari 1916 zat hij zijn straf uit. Zijn gedrag in de gevangenis was goed. Broekman overleed in 1920, op 33-jarige leeftijd. 

 Dit verhaal verscheen eerder in de Gelderlander

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 24 juni 2016 om 14:00 uur

Millse turfdief valt in herhaling

vertelde op 28 april 2017 om 14:00 uur

Boxmeerse kippendief achter slot en grendel