i

Neergestorte vliegtuigen in Veghel 1940-1945

vertelde op 1 november 2012 om 10:09 uur

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er boven Nederland zo’n 6.000 militaire vliegtuigen neergestort. Ruim 1.000 daarvan zijn er in Noord-Brabant terecht gekomen. Dan gaat het zowel om geallieerde (Britse, Amerikaanse en Canadese vliegtuigen met bemanningen die uit nog veel meer nationaliteiten bestonden) als Duitse vliegtuigen.

De geallieerde vliegtuigen waren heel vaak bommenwerpers die bij bombardementsmissies op doelen in Duitsland geraakt werden door Duits afweergeschut (de zogenaamde Flak) of onderschept werden door Duitse jachtvliegtuigen (vooral ’s nachts, tijdens de zogenaamde Nachtjagd).

Wij gaan proberen de verhalen achter al deze crashes te achterhalen met behulp van iedereen die ofwel zélf nog herinneringen heeft of de verhalen gehoord heeft van eerdere generaties. Soms is er al veel bekend, soms wat minder.

Op 12 juni 1943 om 01.15 uur stortte in Zijtaart een Vickers Wellington X (HE593) bommenwerper van het (Canadese) 429 Squadron neer. Het toestel werd gevlogen door F/O Robert Fitzgerald Conroy en was op weg naar Düsseldorf. De bemanning van de HE593 bestond behalve uit de piloot Conroy uit navigator W/O I Glenn Arthur Leitch (27); bommenrichter P/O George Robert Densmore (23); radiotelegrafist en boordschutter W/O Gordon Arthur Nelson (20), en boordschutter W/O James Burns (26).

Volgens de rapporten van het squadron was het vliegtuig om 23.00 uur van zijn basis vertrokken, maar was er ”nothing heard of this a/c since leaving base”. De eerste drie gesneuvelden liggen begraven op het oorlogskerkhof van Woensel, graf JJB 70 en gezamenlijk graf JJB 71-72. Burns ligt begraven op de Canadese erebegraafplaats in Groesbeek, graf XVI.F.11. Daar was hij op 21-11-1945 naar toegebracht vanuit Woensel, waar hij in eerste instantie bij zijn kameraden was begraven (graf JJB 69).

Conroy en zijn bemanning waren al eens eerder gecrasht, in de nacht van 5 op 6 maart 1943 na een raid op Essen. Daarbij viel één dode en raakten Conroy, Burns en Densmore gewond. Bij de crash in Zijtaart sneuvelden alle bemanningsleden, behalve Conroy, die er ook nog in slaagde uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar Engeland. Maar zijn geluk hield niet aan. Bij een aanval op Berlijn op 25 maart 1944 werd hij opnieuw neergeschoten en dit keer overleefde hij het niet (de rest van zijn bemanning overigens wél).

Nog geen week na de crash van Conroy en de zijnen, op 17 juni 1943 om 00.59 uur, stortte bij Middegaal een Avro Lancaster I neer van het 103 Squadron. De piloot van deze bommenwerper was Sgt. Ronald Gordon Winchester (21).

Op het Udense oorlogskerkhof liggen naast Winchester nog zes RAF-mannen begraven met als overlijdensdatum die 17e juni 1943: Sgt. Donald Estcourt McGill (20); P/O Charles Patrick St. Leger (21); Sgt. James Arthur Keighley; Sgt. Alexamder Muir Park (27); Sgt. Horace Rocknean (27) en F/O George Graham Tebble.

Het lijkt er dus op dat de volledige bemanning bij deze crash is omgekomen. Ze liggen op 5 F 3-8. Keighley ligt afzonderlijk op 5 E 10. Het stoffelijk overschot van Keighley is ook pas een maand na de crash, op 17 juli, gevonden en op 30 juli - nog ongeïdentificeerd -  begraven. Ook McGill en Winchester zijn oorspronkelijk als onbekenden begraven en pas na de oorlog geïdentificeerd. Zie ook Erp en Esch

Op 23 juni 1943 stortte om 01.55 uur bij de grens met Dinther een Handley Page Halifax II, JB855, call sign EY-S, van het 78 Squadron neer, uit de lucht geschoten door Hptm. Wilhelm Hergett van I/NJG 1. Het was een van de 155 Halifaxes die een bombardementsvlucht uitvoerden op Mülheim. Twaalf daarvan keerden niet op hun basis terug. De piloot van de Halifax die in Veghel crashte, F/Lt. Leslie Herbert Knight (28), ligt samen met vier andere bemanningsleden begraven in Woensel (graven 13-17). Dat waren F/O Ronald Dennis Caldecourt (22); Sgt. Frederick James Ross Bain (20); F/O Stanley Albert Charles Cutler (33) en Sgt. Frank Charles Simons (20).

Het Duitse Lagebericht voor die week vermeldt Abschuss H.P. Halifax bei Veghel durch Nachtjäger. Over het lot van de bemanning staat er dat er vier man zijn gesneuveld en drie gevangen genomen. Dat laatste is echter niet het hele verhaal: navigator F/O. H.J. Standfast en boordschutter Sgt. J.H. Lee zijn inderdaad in krijgsgevangenschap geraakt, maar de derde man, Sgt. G.W. Duffee, wist te ontsnappen en via Spanje veilig naar Engeland terug te keren.

Handley Page Halifax Mk IIIWe komen de namen van de vijf overleden bemanningsleden ook tegen op de Handley Page Halifax Roll of Honour, toegewijd aan alle bemanningsleden van Halifaxbommenwerpers die gesneuveld zijn. Opvallend is dat er nog zeven andere namen in deze lijst staan van leden van het 78 squadron die op 23 juni 1943 gesneuveld zijn. Die zijn in ieder geval niet in Noord-Brabant omgekomen, voor zover we kunnen nagaan.

In het boekje van Martien der Kinderen, Halifax EY-S keerde niet terug (Rosmalen, 1984) lezen we over de lotgevallen van de rest van de bemanning op basis van de herinneringen van (toen nog) Sgt. George Duffee. Die rest bestond uit Duffee, tweede piloot (17); navigator F/O H.J. Standfast en boordschutter Sgt. J.H. Lee. Deze drie mannen slaagden erin op tijd het vliegtuig te verlaten, maar het Duitse rapport was in zoverre niet correct, dat Duffee nooit gevangen genomen is, in tegenstelling tot de andere twee, die inderdaad in krijgsgevangenschap zijn geraakt. Duffee werd door helpers van de pilotenlijn Komeet op weg geholpen en kwam uiteindelijk via Spanje in oktober 1943 weer terug in Engeland. Hij maakte daarna nog 40 bombardementsvluchten en werd onderscheiden met het Distinguished Flying Cross.

Op 17 juli 1943 stortte S/Ldr. P.I. Cunliff-Lister van 1409 Flight bij Veghel neer met zijn Mosquito FB IX. Op 11 juni 1943 was hij nog onderscheiden met de Distinguished Service Order. Zijn navigator was F/Lt. A.P. Kernon. Ze waren om 01.05 uur opgestegen vanaf hun basis Oakington voor een zogenaamde PAMPA-vlucht naar Osnabrück. PAMPA (Photorecce And Meteorological Photography Aircraft) was een codenaam voor vliegtuigen die over lange afstanden weerrapporten moesten opstellen.

Rond 03.50 uur werden erg zwakke signalen van dit toestel ontvangen, met de vraag om een positiebepaling. Het signaal dat werd uitgezonden in antwoord hierop kreeg nog wel een ontvangstbevestiging, maar daarna werd niets meer van het vliegtuig gehoord, totdat via het Internationale Rode Kruis duidelijk werd dat beide officieren krijgsgevangen waren gemaakt en geïnterneerd in Stalag Luft III. Het toestel was neergestort bij de grens met Dinther en had schade toegebracht aan zeven huizen op de Hazelberg.

Op 28 juli 1943 crashte om 01.20 uur opnieuw een Mosquito B.IV van 139 Squadron. De piloot F/O E.S.A. Sniders en zijn navigator S/Ldr. K.G. Price (DFC) landden heelhuids per parachute, terwijl hun toestel neerkwam bij de Gasthuisstraat. Price werd meteen door de Duitsers krijgsgevangen genomen, Sniders wist zich nog tot 20 augustus in Veghel verborgen te houden, maar werd uiteindelijk toch gearresteerd en als krijgsgevangene op transport gesteld.

Piet Vissers maakte ons attent op het boek van Riek Verberk-Gloudemans en Antoinette van de Burgt, Diegenen uit de Eerde (Eerde, 2000), waarin op pagina 85-86 beschreven wordt hoe op 20 oktober 1943 een Amerikaanse B-17 in Eerde neerstortte bij Fassbender (nu BAS Volvo).

Die woensdagmiddag werd het toestel aangevallen door Duitse jagers en in brand geschoten. Zeven leden van de bemanning verlieten per parachute het vliegtuig, de radiotelegrafist en een van de boordschutters waren  al dood, getroffen door vuur van de Duitse jagers. De navigator was zwaar gewond, maar overleefde de crash. Hij werd uit het wrak gehaald en naar de boerderij van Van de Berselaar gebracht, waar hij de sacramenten kreeg toegediend door pastoor Willenborg. Bill Lincoln, zoals de navigator heette, overleefde het wonderwel. Deze crash ontbrak tot nu toe in het Verliesregister. Nadere details hebben we dan ook niet.

In het archief van het gemeentebestuur van Nistelrode bevindt zich een afschrift van een Marechaussee-rapport (BHIC, toeg.nr. 7308, inv.nr. 195) over de aanhouding van vier Amerikaanse parachutisten. Eén was gewond terechtgekomen bij het gehucht 't Kantje, twee werden aangetroffen in het buurtschap Rauwe Heide bij de Loosbroekschedijk, en de vierde werd gevonden onder zijn parachute in een stuk bos, Platte Del geheten. Ze werden allemaal naar Nistelrode gebracht en daar overgedragen aan Duitse militairen die van Volkel waren gekomen.

B17 'Flying Fortress'In november 2017 kregen we een mailtje van Cor Vervoort, die bezig is met een boek over de Kuilen en Willibrordushoek in Eerde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dankzij zijn naspeuringen kennen we nu de namen van de bemanningsleden en ook (deels) wat er met hen is gebeurd. Cor was zo vriendelijk al die informatie beschikbaar te stellen, nog voor zijn boek is uitgekomen.

De twee doden waren: Sgt. Herman E.Gruntmeir (26), radiotelegrafist, onderscheiden met het Purple Heart; hij ligt begraven op het Amerikaanse ereveld in Margraten, graf H-13-11. De tweede was S/Sgt. Harry Edward Johnson (22), boordschutter. Hij was onderscheiden met de Air Medal (met Oak Leaf Cluster) en het Purple Heart. Ook hij ligt begraven in Margraten, graf B-1-28.

Onder andere via de U.S. National Archives and Records Administration (World War II Prisoners of War Data File, 12/7/1941 11/19/1946) heeft Cor de namen van de andere bemanningsleden achterhaald: 2nd Lt. John Kennard Hurst, de navigator, slaagde er in uit handen van de Duitsers te blijven en was na bijna drie maanden weer terug in Engeland, op 17 januari 1944. Het rapport dat naar aanleiding van zijn ontsnapping is opgemaakt, vind je bij de U.S. National Archives and Record Administration.

De anderen werden krijgsgevangen gemaakt: boordschutter S/Sgt. Robert Nielson en radiotelegrafist T/Sgt. Charles Alvin Bolig kwamen terecht in het kamp Stalag Luft 3, Sagan (in Silezië); piloot 2nd Lt. Harold William Schuyler, co-piloot 2nd Lt. Earl Hendricks Rivers en bommenrichter 2nd Lt. George Maclennan Sennatt eindigden in het kamp Stalag Luft 1 in Barth-Vogelsang; boordschutter S/Sgt. Richard (Dick) Henry Colby kwam terecht in Stalag 17B, Braunau; en boordschutter S/Sgt. Billy Dick Lincoln in Stalag 4 D/Z in Annaburg.

Op 21 juli 1944 stortte om 01.35 uur langs de weg Veghel-Uden, ter hoogte van Mariaheide, de Avro Lancaster I ME691, AA-R van het 75 (Nieuw-Zeelandse) Squadron neer, gevlogen door P/O Harold Whittington (26).

Zes bemanningsleden kwamen hierbij om: de piloot P/O H. Whittington (RNZAF) (26); navigator F/Lt. Joseph Stevens, (32) (RAF); bommenrichter F/Sgt. Alfred Alexander Simpson (RNZAF) (29); radiotelegrafist/boordschutter F/O Phillip Edwin Tompkins, (RAF) (21); staartschutter F/Sgt. Andrew Crawford Fletcher (RNZAF) (24) en Sgt. Ronald John Morton Batty (RAF).

De brokstukken van het vliegtuig kwamen zo’n 2 kilometer ten Noordoosten van Veghel neer, in een weiland van de familie Vissers aan de Wethouder Donkersstraat in Mariaheide, maar ook op hun huis no. D96 aan de weg Veghel-Uden. De Lancaster werd neergeschoten door een nachtjager van 1./NJG 1, afkomstig van Fliegerhorst Venlo.

Boordwerktuigkundige Sgt. D.W. Gore werd krijgsgevangen gemaakt. Hij kwam terecht in het kamp Stalag Luft 7 bij Bankau. In eerste instantie werd hij door de bewoners van Mariaheide opgevangen. Ze boden hem kleding en een onderduikadres aan, maar dat wilde hij niet. Hij was bang dat er naar hem gezocht ging worden in het dorp en dat er represailles zouden komen, als hij onderdook.

Boerderij van de familie Vissers met de motor van het toestel (Foto Collectie Willie Bloks-du Maine).

Hij heeft zichzelf dan ook bij de Duitsers gemeld, aldus Willie Bloks-du Maine, die dit hoorde van de dames Versantvoort, die zij tijdens een interview in 2005 heeft gesproken. Hun vader was tot 1942 hoofdonderwijzer van de lagere school in Mariaheide.

Staand vlnr: A.C. Fletcher, P.E. Tompkins, D.W. Gore, A.A. Simpson; zittend vlnr: J. Stevens, H. Whittington, R.J.M. Batty. (Foto Collectie Willie Bloks-du Maine).

De anderen bemanningsleden liggen begraven op het Udense oorlogskerkhof. Whittington in graf 3 I 2 (hij werd pas enkele dagen na de crash gevonden) en Simpson (die pas tien dagen later werd gevonden) in graf 3 I 4. De anderen in de graven 5 A 8-11. Simpson en Batty werden pas na de oorlog geïdentificeerd. De Lancaster was op de 20e juli om 23:35 uur van zijn thuisbasis Mepal opgestegen voor een missie op de olieraffinaderijen in Homberg.

Met dank aan Willie Bloks-du Maine voor de foto's en de aanvullende informatie.

Op 25 juli 1944 stortte kort na middernacht, rond 00.30 uur langs de weg naar Erp een Junkers Ju 88R-2 (werknummer 751086) van 8./NJG 2 neer. De piloot van dit vliegtuig was Uffz. Herbert Wieden.

De Junkers raakte na de start vanaf Volkel in moeilijkheden en kon dit niet meer corrigeren. Wieden (21) kwam om bij de crash, zijn twee bemanningsleden overleefden het. Wieden werd op 29 juli 1944 begraven op het Ehrenfriedhof op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Orthen-’s-Hertogenbosch (graf rij 9, nr. 9) en op 16 november 1949 herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn in Venray, graf CE-2-37.

Vanaf september 1944 zie je de aard van de neergestorte vliegtuigen in Veghel en omgeving veranderen. Dat heeft alles te maken met de Operatie Market Garden. Zo stortten op 22 september twee verkenningsvliegtuigen neer. Eerst in Eerde, waar een Piper L-4 van 907Gl.Fl.Art.Batt. neerkwam. Dit soort vliegtuigen ondersteunde de artillerie met waarnemingen. De piloot van deze Piper was 1st Lt. McRea. Om 14.30 uur kwam in Mariaheide een ander soort verkenningsvliegtuig neer, een Auster IV (MT281) van het 658 Squadron, gevlogen door Capt. C. McCorry. Zowel hij als zijn waarnemer Maj. P. Hazell kwamen hierbij om. Zie hierover Chaos in september (in Uden).

Lt J.M. SherryTwee dagen later, op 24 september, crashte er in Zijtaart opnieuw een Piper L-4, ditmaal van 101ABD en gevlogen door 1st Lt. John M. Sherry (drager van de Air Medal, Marine Corps en het Purple Heart). Zowel hij als zijn waarnemer 2nd Lt. Jack L Williamson vonden hierbij de dood. Hun namen staan vermeld op de “Roll of Honor” van het 907th Glider Field Artillery Battalion. Sherry ligt begraven op het Amerikaanse oorlogskerkhof in Margraten, graf J 17 4, terwijl het stoffelijk overschot van zijn waarnemer, 2nd Lt. Jack L. Williamson na de oorlog is overgebracht naar Wisconsin in de VS (info van Marc van den Berkmortel).

Hun toestel kwam bij het overvliegen onder zwaar Duits mitrailleurvuur te liggen waardoor het uiteindelijk neerstortte. Marc van den Berkmortel maakte deze reconstructie van de crashsite.

  Het wrak van de Piper

Op 27 september 1944 kwam in de buurt van Veghel een North American P-51 Mustang IIIB (FZ196) neer van het 306 Squadron. De vlieger was F/Sgt. T.J. Koloszczyk. Een maand later, op 29 oktober 1944, moest de Canadees S/Ldr. W.A. Olmstead bij Zijtaart een noodlanding maken met zijn Spitfire IX (MJ397) van het 442 Squadron. Dat was om 11.00 uur ’s ochtends. Zijn taak was op dat moment het aanvallen van grondtroepen en konvooien en het verwoesten van infrastructuur. Hij werd onderscheiden met het DFC+, het Distinguished Flying Cross. Op 14 december daaropvolgend maakte hij overigens opnieuw een onzachte landing op de tijdelijke airstrip B.82 tussen Grave en Ravenstein.

Tussen alle jachtvliegtuigen door, stortte er op 2 november 1944 toch nog een bommenwerper neer in Veghel. Het ging om de Avro Lancaster I HK612, LS-L van het 15 Squadron, gevlogen door F/Lt. B. Earley, die om 14.17 uur bij het gehucht Heuvel neerkwam. Waarschijnlijk was de Lancaster bezig met een transport- en bevoorradingsmissie. De crash was het gevolg van een botsing tussen twee Lancasters van hetzelfde squadron. De andere bommenwerper kwam in Erp neer. Van de Lancaster die bij Heuvel neerkwam, overleefde geen van de bemanningsleden het.

Die bemanning bestond uit piloot F/Lt. Bernard Earley (24), drager van de Distinguished Flying Medal; navigator F/O James Easdale Campbell (23), onderscheiden met het Distinguished Flying Cross; radiotelegrafist/boordschutter F/O Frederick John Frearson (22); boordwerktuigkundige P/O Alfred Abraham Markovitch (21); bommenrichter P/O Geoffrey William Lilley (23); boordschutter W/O George William Morris (23) en boordschutter F/Sgt. Peter Woollard (20). Ze zijn alle zeven begraven op het RK Kerkhof van Erp, graf 1-8. Het achtste graf is voor de boordwerktuigkundige van de andere Lancaster (PB115), Sgt. William Hunter (21).

Op 1 januari 1945 stortte om 09.30 uur op Dorshout een Messerschmitt Bf 109G-10 (werknumer 490719) van 10./JG 6 neer. De piloot was Uffz. Karl Betz (24). In het kader van Operatie Bodenplatte viel hij het RAF-vliegveld Volkel aan. Daarbij werd hij neergeschoten door F/O Cameron van 401 Sqdn RCAF, gelegerd op vliegveld Heesch. Betz kreeg een geïdentificeerd veldgraf. Op 11 januari 1950 werd Betz herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn, graf AV-2-30.

Op 25 februari 1945 kwam vijf kilometer ten noordwesten van Veghel een Spitfire LF.XVI neer. Dat was om 11.20 uur. Sgt-Chef J.F.M. Lagarde van het (Franse) 340 Squadron vloog deze kist, de TB138, call sign GW-X. Lagarde was opgestegen van vliegveld B.85 - Schijndel met als opdracht ‘spoorwegverkenning’ van de spoorlijn Almelo-Zwolle-Zutphen. Bij een aanval op het spoor werd hij boven Herwen-Pannerden (Gld) getroffen door Flak, waarbij een deel van zijn instrumenten werd weggeslagen of buiten werking werd gesteld. Hij deed nog een vergeefse poging om op B.80-Volkel te landen en maakte vervolgens een geslaagde noodlanding op 5 kilometer ten NO van Veghel (op Hazelberg, tussen Veghel, Vorstenbosch en Dinther, bij de Hazelbergschedijk). Lagarde raakte hierbij zelf licht gewond, zijn toestel moest helemaal worden afgeschreven.

Op 6 april 1945 ten slotte crashte om 14.15 uur op Doornhoek een Spitfire XVI van het 127 Squadron, gevlogen door de 22-jarige Sgt. Ronald ("Taff") Palmer. Hij was juist vier dagen eerder overgeplaatst naar het 127 squadron dat gestationneerd was op het tijdelijke vliegveld B.85 in Schijndel. Op het moment van de crash voerde hij een sector verkenningsvlucht uit.

Kort na het opstijgen viel de motor uit en kwam het vliegtuig naar beneden in Zijtaart en vloog het onmiddellijk in brand. Sgt Palmer was op slag dood. De waarschijnlijke oorzaak van het ongeval was dat Palmer nog geen ervaring had met de Spitfire XVI, aangezien hij zo’n toestel nog niet eerder had gevlogen. Sinds 23 mei 1946 ligt hij begraven op het Britse oorlogskerkhof in Bergen op Zoom, graf 13. B. 3, nadat hij in april 1945 eerst begraven was op het Nederlands Hervormde Kerkhof te Orthen-’s-Hertogenbosch, graf nr. 2–3. Met dank aan Marc van den Berkmortel voor de informatie en de foto.

Mochten er nog mensen zijn in Veghel die meer weten van deze of andere crashes en die kennis met ons willen delen, dan zijn zij hierbij van harte uitgenodigd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (17)

G. Barten zei op 3 november 2012 om 14:55 uur

De Lancaster die op 2 november 1944 op de Heuvel neerstortte was een van de twee die boven Erp met elkaar in botsing kwamen, de piloot flight lieutenant B. Early (24 jaar) ligt in Erp begraven, samen met nog 7 bemanningsleden van beide vlieguigen.
vr. gr.

Rien Wols bhic zei op 5 november 2012 om 09:15 uur

@G. Barten,
Dank voor uw aanvulling. Weet u misschien meer over deze crash? Bijvoorbeeld de namen van de andere bemanningsleden? Is er literatuur over deze botsing?
Vriendelijke groet,

p vissers zei op 17 februari 2013 om 22:12 uur

20-10 1943 is er ook een vliegtuig gevallen bij fassbender in eerde

Marcel Hermes zei op 18 februari 2013 om 20:33 uur

Het verhaal van de FW 190D-9 klopt niet. Brebeck sneuvelde idd wel in Veghel maar was geen piloot. Antoon Verbakel uit Uden heeft hier onderzoek naar verricht. Waarschijnlijk is er hier sprake van een administratieve dwaling.

Marcel Hermes zei op 18 februari 2013 om 20:42 uur

Over de crash van Halifax EY-S JB855 van het 78 sqd. is een boekje geschreven. Fl.Ltn, George Duffee was 2e piloot op deze vlucht en verteld in het boekje "Halifax EY-S keerde niet terug" het relaas van de vlucht, en hoe hij wist te ontsnappen.

Marcel Hermes zei op 18 februari 2013 om 20:55 uur

Ook de crash van de Mosquito FB IX op 17-07-43 is zeer twijfelachtig. Waarschijnlijk maakte deze een noodlanding ergens in Duitsland.

Rien Wols bhic zei op 14 maart 2013 om 11:14 uur

@marcel hermes: ik heb overleg gehad met Antoon Verbakel, en inderdaad het verhaal van de Focke Wulf geschrapt.

Marc van den Berkmortel zei op 20 mei 2013 om 19:01 uur

"Twee dagen later, op 24 september, crashte er in Zijtaart opnieuw een Piper L-4, ditmaal van 101ABD en gevlogen door Lt J.M. Sherry. Hoe het de bemanningsleden is vergaan, weten we niet." Beiden zijn bij deze crash omgekomen: Sherry John M 1/Lt Div/Hq Holland 9/24/44 Air Medal MAR en Williamson Jack L 2/Lt A Btry Holland 9/24/44 USA/WI
Bron: http://www.ww2-airborne.us/units/907/907_honor.html
Voor meer informatie en enkele foto's mag ik u verwijzen naar www.oudzijtaart.nl
Groeten,

Rien Wols bhic zei op 21 mei 2013 om 14:23 uur

Hartelijk dank voor deze aanvulling, Marc. Ik zal jouw gegevens in de tekst verwerken.
Vriendelijke groet,

Marc van den Berkmortel zei op 21 september 2013 om 15:57 uur

Hallo Rien Wols,
Over de crash van Ronald Palmer op 06 april 1945 heb ik nog wel wat aanvullende informatie. Verder is op 29 oktober 1944 Bill Olmsted in Zijtaart nabij de Valstraat gecrasht. Verder op 01 januari 1945 Karl Grabmair in Het Lijnt Keldonk. Van alle 3 heb ik aanvullende informatie. Als u die graag wilt hebben, mail me dan even op r.peelen@hetnet.nl dat lijkt me de snelste weg en kunt u kijken wat u nodig heeft.

Rien Wols bhic zei op 24 september 2013 om 11:57 uur

Bedankt Marc, ik ga je mailen!
Vriendelijke groet,

Maurice van Hees zei op 22 oktober 2014 om 22:55 uur

Zijn er ook exactere plaatsaanduidingen van deze crashes bekend?

Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 30 oktober 2014 om 12:25 uur

@Maurice: nee, helaas niet. Als we die hadden, zouden we die wel geven. Wat dat betreft zijn we echt afhankelijk van ooggetuigen (steeds zeldzamer, vrees ik) en locale onderzoekers.

Maurice van Hees zei op 1 november 2014 om 23:13 uur

Jammer. Bedankt voor je reactie Rien.

Martien van Asseldonk zei op 28 november 2014 om 09:44 uur

op www.oudzijtaart.nl staan in de krnoek jaren o.a. 1943-1944 de exacte crash plaatsen van de toestellen die in Zijtaart vielen

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 28 november 2014 om 16:39 uur

Martien, dank voor de nuttige tip!

Ernest Donders zei op 21 april 2015 om 21:17 uur

indien er voor herdenkingen een uniform nodig is, gedragen op de man en of op de pop, ik heb een compleet RAF uniform incl bommenwerper schoenen witte sokken, koltrui, irvin jas en C type headgear, en G type gasmask.
compleet samen gesteld en officeel ter ere aan de 103e bomber squadron

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: