i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: 's-Hertogenbosch
Periode: 1978 - 1990
Tags:

Open School in Oost

vertelde op 21 oktober 2019 om 08:50 uur

Het opbouwwerk in Den Bosch Oost kende twee werkterreinen: gezondheid en educatie. Jos Ruijs en zijn vrouw Jeanny (allebei neerlandici) waren de grondleggers van de educatieve poot in Oost. Cijfers uit die tijd gaven aan dat 30% van de bevolking in deze wijk functioneel analfabeet was.

Dat betekende dat deze mensen in de praktijk niet of nauwelijks konden lezen, schrijven en rekenen, terwijl ze wel de lagere school hadden afgemaakt.

Jos en Jeanny begonnen met een alfabetiseringsproject en hadden daar goed succes mee. Mieke van den Hout (pedagogische academie) sloot zich bij hen aan. In die periode (eind jaren ’70) waren praatgroepen erg populair. Jeanny, Mieke, Marij Raaijmakers (pedagogische academie en studie andragogiek) en ikzelf zaten in dezelfde praatgroep. Na de dood van Jeanny zijn we als praatgroep gestopt. We hebben met zijn drieën de Open School opgezet en een aantal jaren gedraaid voordat we dit initiatief overdroegen aan onze opvolgers. Die Open School werd gehouden in een buurthuis op Oost.

Het Open School traject was bedoeld voor vrouwen die een basale functionele beheersing hadden van lezen en schrijven en die zich verder wilden ontwikkelen.We volgden niet de landelijke richtlijnen en subsidieregels. Het was een Spontaan Open School project, gesubsidieerd door de gemeente ’s-Hertogenbosch.

We hadden ook geen vast programma. Dat stelden we telkens vast in overleg met de cursisten. Het programma had als belangrijk doel de angst voor schrijven en lezen weg te nemen, zodat de vrouwen formulieren konden invullen, een kaart versturen etc. etc. “Dicht bij huis blijven” was ons motto.

Het geven van meer zelfvertrouwen en handelingsmogelijkheden stond voorop, zodat de vrouwen meer grip op eigen leven zouden krijgen. Daarom kwam de lesstof voort uit de eigen ervaringen van de deelneemsters en moest het geleerde ook in hun eigen situatie te benutten zijn.

Dus geen indeling in ‘zakelijke en persoonlijke brieven schrijven’, maar een brief aan een (verre) vriendin over een kwestie die opgelost moet worden en een brief aan de woningbouwvereniging over het vochtprobleem in huis.

Ik weet nog dat ons eerste onderwerp was: hoe deden je moeder en je oma de was? Hoe doe jij dat nu? Het was een onderwerp dat aansloeg. De vrouwen vertelden buitengewoon levendig hoe het er in hun familie aan toe ging. Daarna maakten wij korte zinnetjes, waarin zij bepaalde woorden moesten invullen. Wie durfde werd gevraagd de zin hardop voor te lezen. Hoe spannend dat kon zijn, kun je lezen in het verhaal van Gonny MacLeanen, die in de stad een soortgelijke taalcursus volgde bij Brood en Rozen.

Ook op het gebied van rekenen namen we een invalshoek die dicht bij het dagelijkse leven van de vrouwen lag, zoals “boodschappen doen”. We leidden niet op voor een getuigschrift of diploma, maar voor ruimere mogelijkheden in hun eigen leven. Daarnaast konden de deelneemsters binnen Oost hun vleugels verder uitslaan in de vele vrouweninitiatieven binnen de wijk, zoals de vrouweninitiatiefgroep en het gezondheidscentrum.

Halverwege de jaren ’90 is de hele educatieve poot van het opbouwwerk opgegaan in een ROC, niveau 1 en 2 BBL. Onvermijdelijk, maar spijtig. Want daarmee verdween ook de theorie van Paolo Freire  als inspiratiebron voor deze manier van educatiewerk, hoezeer het Koning Willem 1 College ook zijn best deed om dicht bij de mensen te blijven.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: