skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

Mieneke, onze melkvoorziening

In de veertiger jaren zorgde de melkgeit voor onze zuivelproductie. Gaf de ‘armeluiskoe’ niet genoeg, dan was tegenover ons de melkfabriek. Naast het huiske, de varkensstal en twee aardappelkelders was er op de stal plaats voor twee geiten. Ons Mieneke was spierwit, had een sik en twee schroefvormige horens.

Kinderen De Groot met MienekeNet als bij een koestal had de geitenstal aan de voorzijde een raamwerk van latten, lag er stro op de vloer en was erachter de groep voor het mestvocht. De verzorging van de veestapel was aan mij toevertrouwd (ik was toen 9 jaar), onder toeziend oog van ons Moeke. Achter den hof lag een grasveldje voor het bleken van het wasgoed én voor het grazen van de armeluiskoe. Zij werd daarbij geteurd, vastgezet aan een staak. In onze karige vrije tijd moesten we met haar gaan heuijen (hoeden), zoals Moeke vroeger met de koeien.

 Moekes melkstoeltje  Mienekes tuierstaak

Ralde de geit, het blèrre, dan wilde zij gemolken worden of had honger. Tweemaal daags werd zij gemolken waarbij zij geen ‘vreemde’ handen aan haar strikkels, uiers wilde. Moeke molk haar, gezeten op het melkstoeltje. De opbrengst werd daarna gezeefd met het koperen zeijke of melkzeefje. Lag Moeke ziek te bed, dan was er een noodoplossing: de geit werd voor de handeling van het melken op een tafeltje gezet.

Het melkzeefjeWas de geit rits, dan volgde een bezoek aan de bok. Eens ging zij halverwege op haar knieën en wilde niet verder, met het thuis opgehaald karretje werd zij naar de plaats van het minnespel gebracht. De familie Van de Sangen, van buurtschap Kleuter, beschikte over een bok. Dat liefdesspel was niet voor onze ogen bedoeld en dus werden we naar de nabijgelegen waterplas gestuurd.

Was na het lammeren het geitje een mannetje, dan werd het korte tijd later naar Toon Kont gebracht, die stroopte het voor de huid. Een jong geitje was speels, nieuwsgierig, slim, dartelde en rende, waar we veel plezier mee beleefden. De geit vrat alles: toen mijn jongste broer met een kleurenplaat van de Sint te dicht bij de geit stond, hapte ze toe en weg was de kartonnen prent. Huilen door het kind, natuurlijk. Mieneke had nog geen ‘oorversieringen,’ voor begrazing worden nu geiten ingezet, zij eten ook in de hoogte.

Mijn broer was imker en voerde zijn bijen suikerwater. Deze speciale suiker was niet op de bon, maar giftig voor mens en dier, opgelost in water kleurde die paars. Bij een terugkomst in de stal gaf ik haar met de ketting te veel ruimte en dronk zij van de emmer aangemaakt suikerwater die achter haar stond. Het werd haar galgenmaal, de buik van het dier zwol op.

Voor een veearts waren we niet verzekerd en daarom werd de hulp van een aankomend veearts uit de buurt gevraagd. Deze gaf de raad haar zoveel mogelijk te laten drinken, het mocht niet baten, hiermee stopte het geitentijdperk. Een week later komt mijn zus thuis, mijn broer vertelt haar het droevige nieuws met: ‘nu ligt er onze kostwinning.’

Tenslotte een gezegde: de ròmme horen klotsen, maar niet weten waar de strikkels hangen. Mijn broer zegt: omdat we destijds geitenmelk dronken, worden we nu oud; afkloppen!

Reacties (5)

Rini de Groot zei op 3 januari 2019 om 19:23
Net als bij een koestal had de geitenstal aan de voorzijde een raamwerk van latten, ‘Stalrepen’ genoemd. De door Vader gemaakte ‘constructie’ is na de dood van ‘Mieneke’ bewaard gebleven en door jongere broer overgebracht naar het Plattelandsmuseum Duinhoven’ te Uden.
Binnenkort stuur ik een foto in.
Ik trof het daaraan hoog tegen een muur geplaatst.
Rini de Groot zei op 3 januari 2019 om 19:31
Net als bij een koestal had de geitenstal aan de voorzijde een raamwerk van latten, ‘Stalrepen’ genoemd. De door Vader gemaakte ‘constructie’ is na de dood van ‘Mieneke’ bewaard gebleven en door jongere broer overgebracht naar het Plattelandsmuseum Duinhoven’ te Uden.
Ik trof het daaraan hoog tegen een muur geplaatst.
Ook ga ik binnenkort daar een afbeelding van maken.
Museum Duijnhoven Uden. zei op 6 januari 2019 om 15:21
Beste Rini.
Mooi dat je aan ons gedacht hebt en nog de beste wensen voor 2019.
Groeten
Fam. van Driel.
Rini de Groot. zei op 22 oktober 2019 om 22:03
Men gaat altijd, met de geit naar de bok.
Dit mannelijk beest blijkt zo,n verschrikkelijke stank af te geven, wat me oudste broer ook beamende. Dat men niet omgekeerd een bezoek brengt en meestal de houder het overgaf aan zijn zoon.
Bij een lezing over, Trekpaarden, was óók hier vroeger het 'dekken' verboden terrein voor kinderen, ondertussen wordt steeds meer gebruikt gemaakt van kunstmatige inseminatie.
Rini de Groot. zei op 28 mei 2020 om 17:11
Tijdens de fietstochten in het voorjaar maakte m,n oudere broer een fotoshot van een geit liggend op haar knieën en dacht terug aan zijn kinderjaren. Het moment dat zij halverwege waren, op weg naar de bok en het beest niet verder wilde. En besloten thuis het handwagentje op te halen, het melkdier er op gezet en verder, op weg met de geit, voor het ‘minnespel’ bij van de Sangen buurtschap Kleuter.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!